Rio+20 is een wereldtentoonstelling

June 2, 2012 in Dutch reflections

 

Ja, ik ga naar Rio. Ik ga naar Rio om de toekomst te zien. Want Rio+20 is geen conferentie. Het is een wereldtentoonstelling. Wie Rio+20 zegt, denkt toekomst. Alleen speelt de vergadering van wereldleiders zich af in de structuren van het verleden. Dit maakt het bijna onmogelijk om tot daadkrachtige besluiten te komen.

 Ik wil u een voorstel doen. Laten wij dat beeld afschudden van Rio als een tot mislukken gedoemde internationale topconferentie. Zie Rio als een wereldtentoonstelling. In Rio zullen zo’n 200 landen en wel 120 wereldleiders vergaderen – maar er komen naar verwachting ook  zo’n 50.000 mensen bijeen. Zij vertegenwoordigen tal van organisaties, bedrijven en verenigingen. En zij zullen in alle ‘side events’ inzicht bieden in de wereld van morgen. De mogelijke werelden van morgen.

‘Wie om zich heen kijkt, ziet dat alles gekleurd is’, dichtte K. Schippers al eens. Welke kleur heeft onze toekomst? De wetenschap is helder: we moeten weg uit de grijze wereld van fossiele brandstoffen. We verspillen wereldwijd tussen de 30 en 40 procent van ons voedsel. We leggen steden aan op onze akkers. We pompen meer water op dan er duurzaam voorradig is. We kweken gewassen voor een volle tank maar tegelijkertijd zit een miljard mensen met een lege buik.

Het is een makkelijke voorspelling dat de wereld van 2040 veel meer dan nu getekend zal zijn door strijd en conflict over natuurlijke hulpbronnen. Iedereen die in 2040 nog leeft zal de consequenties gaan voelen, maar zeker ook de armste mensen op deze aarde.

Misschien klinkt het u bijna ongelooflijk in de oren: maar in onze PBL-studie ‘The Roads from Rio’ laten wij routes naar een aantrekkelijke toekomst zien. We kunnen de absolute armoede en honger oplossen, zelfs met het vooruitzicht van 9 miljard mensen. We kunnen, als we alles op alles zetten, binnen het 2 graden doel blijven en het verlies aan biodiversiteit beperken. Maar met het inzetten van de actieve duurzaamheidsstrategie lijkt het net als met die twee Britten bij de nooddeur van een brandend theater maar blijven zeggen ‘No, please, after you’.

Technisch kunnen we het, maar we zullen de huidige institutionele werkwijze flink moeten aanpassen. Dames en heren, natuur is een stelsel van hulpbronnen dat we te lang voor vanzelfsprekend hebben aangenomen. Nu wordt verstandig omgaan met natuurlijke hulpbronnen en het milieu snel een kwestie van wat de socioloog Bram De Swaan ooit zo mooi ‘welbegrepen eigenbelang’ noemde.

Misschien is het dat duurzaamheid en ‘groen’ lijden onder het misverstand dat het ‘links’ is. Dat is meer dan ooit een misvatting. Als ‘groen’ deze transitie in de weg staat, dan noemen wij wat mij betreft die toekomst voortaan blauw: een blauwe toekomst van een succesvolle samenleving die de natuur gebruikt maar niet misbruikt en met een economie die waarde toevoegt. Dan is Rio de wereldtentoonstelling van deze blauwe toekomst.

Wie zich fixeert op de politieke onderhandeling ziet straks wellicht een mislukte top. Ik niet. Ik denk dat we de duurzame toekomst eerder bereiken via competitie dan via politieke coördinatie. Wie goed om zich heen kijkt, hier en straks ook in Rio, ziet die nieuwe mogelijke werelden. Dan gaat het om ondernemende maatschappelijke organisaties en bedrijven, van kleine tot groot, die zelf hun verantwoordelijkheid nemen.

Nu moeten we de nieuwe ‘coalitions of the willing’ gaan smeden, waarin bedrijven, burgers en overheden samenwerken die wél hun nek durven uit te steken, zelfs in tijden van recessie. En ook over de grenzen van Noord en Zuid heen. Dat zien we in Zuid Korea, Mexico en Rotterdam.

Maar ook nu is er een duidelijke rol voor de overheid. De overheid komt de rol toe duidelijkheid te bieden dat deze maatschappelijke wissel nu echt omgaat. Dan komt pas echt de energie vrij van alle ondernemerszin in burgers en bedrijven. Dan durven financiers te investeren. Bied ze zekerheid. Creëer nieuwe groene boekhoudregels. Schaf subsidies af die innovatie in de weg staan en ons in de 20ste eeuw houden. Het inzetten van de innovatieve kracht in de samenleving is de belangrijkste sleutel tot het bereiken van een duurzame toekomst.

Uiteraard hopen we allemaal nog op een plotseling akkoord, een Gestaltswitch in de politieke psyche. Maar zelfs dan … het zal pas tot ware actie leiden als er echt draagvlak is. In Rio en in Rio aan de Maas kunnen we ervoor zorgen dat dat geen utopie blijft maar een realiteit wordt.

 

Column uitgesproken op ‘Rio aan de Maas’, 30 mei 2012

 

The Roads from Rio – Views from the World of Experts

May 29, 2012 in New video or audio registrations, Reflections & views

At some point last Fall I realized I was booked in a string of international meetings, all in the lead up to the Rio+20 conference of June 20-22. I also realized that all the interesting views that I heard from my fellow experts, were often hardly known to people outside this circuit of experts. So I decided to buy a small HD camera to try and capture something of those thoughts and discussions. What are experts concerned about? Where do they see hope? What analysis of the situation do they come up with?
I started interviewing, quickly realising that this was actually not all that easy. Mis-en-scène, light, the realisation of the prevalence of noise. After the first round I added a good microphone and a stable tripod. I sought the advice of a documentary maker, Wouter Hasebos. I started to tape in between interviews, provide footage to avoid the constant image of talking heads.

Now, eight months later, I happily present a first version of ‘The Roads from Rio – Views from the World of Experts’. It is not finished, as it does not include the Rio conference itself, for instance. But here it is, in the hope that this range of views help can help people to form their ideas about the conference, the analysis of the situation and the ways out. It is an open story, with experts that may contradict each other. Well, that is what science is like. I think we all agree on the urgency of the situation, both in terms of social justice and ecological threats. But scientists all have their particular angle on things that may lead to a different emphasis. And at the same time there is a marked shift in emphasis: it is the issue of governance that is now central. Quite right. After all, the question is not whether we need a shift, the question is how to get into the pathway of sustainability and which trade offs we find acceptable.

The project comprises a 20 minute documentary as well as 20+ interviews with experts. Go to the documentary & interview highlights at the PBL homepage, or, alternatively, via vimeo based website of the documentarymaker here.

PBL produced a major assessment study on Rio with the title ‘Roads from Rio+20’. Go to the report. 

 

A glimpse of Europe’s blue future

May 8, 2012 in Reflections & views

A couple of weeks ago I visited Iceland. It is home to vast quantities of renewable natural resources. The familiar tourist image of geysers, spouting steam and hot water into the air, brings the abstract idea of geothermal energy to life. Hot water and steam can be harnessed for heating homes and producing electricity. Apart from that the country has majestic rivers that are a powerful hydro-electric resource in their own right.

What makes Iceland especially interesting is that it presents a real existing example of a possible ‘blue’ future for Europe. A mere fifty years ago Iceland was dependent on imported coal and oil for its energy consumption. The images of black clouds of smog that covered the air over Reykjavik are still in the local popular imagination. Now Iceland has nearly phased out coal and oil. Geothermal and hydropower have been developed and 82% of its primary energy comes from domestic renewable sources. The sky over Reykjavik is clear from health-damaging smogs.

How did this transition work? Interestingly, while Iceland literally sat on top of endless renewable resources, it did not use them. Like other countries, it was locked in a fossil fuel regime. The oil crisis of the 1970s led to a rethink and, as so often, the key to the breakthrough was institutional change. Part of this was the National Energy Fund (NEF) that provided a risk insurance: NEF would reimburse up to 80% of cost of unsuccessful drillings. This helped entrepreneurs to really go at it. Now 99% of houses is heated with renewable energy and in 2008 savings were equivalent to 91% of the total imports of refined oil products.

Fascinated by the vast resources I asked people at the National Energy Authority about the possibility of using Iceland’s resources for foreign energy consumption. In terms of energy there is ample opportunity. The IDDP-1 well drilled in Krafla is at the moment the hottest well in the world with a temperature of 450°C at 40 bar pressure and 12 kg/s steam flow on surface with an estimated 25-35 MWe electric production capacity. New techniques allow for tapping into reservoirs with temperatures above 450 degree Celsius. It would yield around 50 MWe of electricity, from a single well. That is the equivalent of roughly ten state-of-the-art wind turbines. And there is ample possibility to drill new wells.

Iceland has vast ‘blue capacity’ in heat and water streams. Export of electricity is possible. A feasibility study had been done and the exploitation could be profitable. It would be costly but the money would be recouped. But there is a domestic political hurdle. What would it bring the country? It would be direct export, with hardly any jobs on the Icelandic side (indeed, a well is remote controlled, even in an operational site there literally is no one there over the weekends). In the wake of the Icelandic banking crisis, it was Björk, the celebrated pop star, who led a protest against selling off the right to exploit the wells to a foreign company. The revenues of exploiting Iceland’s natural resources should go to the Icelandic society rather than disappear in foreign corporate pockets, she argued. Björk as symbol of Iceland’s energetic society. After Iceland experienced a near meltdown of its banks this argument has only become more powerful.

Iceland’s citizens now enjoy low electricity prices and high disposable incomes. But the fear is that this would change once Iceland would be made part of a Northwest-European grid. But is this a necessity or a matter of political choice? After all, the particular way in which Iceland wants to exploit its natural resources is very much up to them.

The story of Iceland’s resources shows how politics stands at switch points. The experience of the move to using its geo-thermal resources shows how creating an Energy Fund facilitated entrepreneurs to become active.

Innovation to create the clean ‘blue’ technologies of tomorrow is a powerful story for the elites of Brussels. But a persuasive story must be able to convince ordinary citizens that there is something in it for them as well. Here it seems to be the one that shows how exploiting the vast renewable resources can be used to create public welfare. Revenues captured by the state and come to the benefit of the public. In making the next step it could make sure that the revenues go to the state and create a fund that would allow Iceland to pay for a very convenient welfare state with high investments in education and well being. So how to combine the energy strategy with a persuasive story about the future? Export the blue gold or Iceland becoming an internet hub by the virtue of the fact that it can host the datacenters of google and apple (with their high cooling / energy bills) at relatively low costs?

The example of Iceland shows that we need to put much more work in solid positive stories of what a clean ‘blue’ economy could look like, what it could bring and what they would require. It calls for a new emphasis in our science, in our thinking. Iceland and its dilemma’s should have a place in this.

 

 

Ode aan het Westland

December 21, 2011 in Dutch reflections

Eind jaren negentig verhuisde ik van Amsterdam naar Den Haag. Het idee: wonen bij zee en duinen en tegelijk in de stad. Fietsen naar het werk. Daarmee moest ik ook alternatieven vinden voor de fietstochtjes door het Waterland, langs de Ronde Hoep, de Ankeveense Plassen. Ik reed de duinen in en maakte een rondje door het Westland. Ik geloofde mijn ogen niet. Wat een lelijkheid, wat een totale dominantie van de economie over het landschap! Dorpjes die nauwelijks zichtbaar tussen de kassen ingeklemd lagen. Een onoverzichtelijk geheel van vaarten en wegen. En overal, overal meters hoog glas. Op de terugweg van een gastcollege aan de TU Delft kreeg ik later in Honselersdijk een klapband. Ik had het helemaal gehad met het Westland.

Nu, zo’n tien jaar later, heb het Westland wat beter verkend. Met de racefiets, de mountainbike, de schaats, het tennisracket, het vliegtuig. En mijn conclusie over het Westland is volledig anders. Ik ben gaan houden van het Westland.

Klik voor mijn column in decembernummer AGORA: AGORA 2011-4 Ode aan het Westland

Systeemverandering als opgave voor de leefomgeving

December 19, 2011 in Dutch reflections

Meer woningen bouwen, mobiliteit in goede banen leiden, menging van bevolkingsgroepen, afstemming van functies, stedelijke herstructurering, het terugdringen van de uitstoot van fijnstof, vermesting tegengaan: allemaal ‘klassieke’ opgaven en doelstellingen van het omgevingsbeleid. Ook in de toekomst zullen dergelijke beleidsdoelen van belang blijven. Maar de echte uitdagingen zijn veel fundamenteler van aard. Het systeem dat we kennen gaat uit van onvermijdelijke en natuurlijke groei, terwijl economische en demografische scenario’s en prognoses voor de komende decennia een heel ander beeld laten zien. De ruimtelijke verkenningen (PBL, 2011) leren ons bijvoorbeeld dat groei op het gebied van bevolking, werkgelegenheid en mobiliteit allerminst zeker is. Voor de Noordvleugel misschien nog wel, maar anderen zullen krimpen en voor een groot aantal regio’s is het nog hoogst onzeker hoe de ontwikkeling eruit ziet. Deze kunnen groeien in het hoge scenario, maar krimpen in het lage.  We moeten beter om leren gaan met deze onzekerheid, en vooral met de kans dat groei beperkt is of zelfs afwezig. De huidige crisis, maakt pijnlijk zichtbaar wat er gebeurt als we dat niet doen. Als we onze strategieen hier niet op aanpassen dan kan dat grote gevolgen hebben. lees meer: ROM artikel Buitelaar:Hajer dec 2011

Twitter as a tool for governance?

December 13, 2011 in Reflections & views

In 2009 I published Authoritative Governance, taking issue with the ‘dumbing down’ thesis on media and politics. According to this ‘dumbing down’ thesis we now live in an age that privileges style of content, in which the image has won from the text, the sound bite from the carefully crafted argument. The point of the book was, however, that this dumbing down thesis was vulnerable on both theoretical and empirical grounds.

The case studies in the book showed the crucial way in which technologies like television, mobile phones, internet, newspapers, YouTube are now part of the everyday world of policy making. Yet the manuscript was finished well before Twitter and Facebook really started to make their marks on governance, which I suppose also related to the emergence of smart phones that allowed people to follow, connect and respond very much the whole day.

For many, Twitter is the ultimate proof of the dumbing down thesis. The suggestion then is that this is the technology dominated by impulsiveness, by the swift response, the quick retweet. Twitter is the technology of 140 characters, and what can be said meaningfully in that space?

Some nice counter arguments have been given. Ironically, one of the more interesting pieces was written on board of a plane, allegedly because there was no better movie on offer than ‘Planet of the Apes’ but perhaps it was also because Nigel Cameron could not twitter at 33,000 feet. In his reflection ‘Transcendent Texting, Mutual Curation, and Twitter as Tomorrow’ @nigelcameron suggested we have built a creative commons that we all can join, cf. http://bit.ly/tFEIdz.

We live in the luxury of having the possibility to get the advice on what to read from the best minds of the world. It is the perfect illustration of the functionality of networks, cutting across space and across many communities. We get and we give. In the early 20th Century Elias Canetti argued he preferred books over interaction with his peers as reading put him in touch with all the great minds of history. Well, Twitter allows us to connect to the best writings on the mind boggling issues that we are really struggling with. Search, read and reconnect, not a bad idea in these troubling times.

In this Age of Mediatization Twitter undoubtedly plays a role. Yet it is mostly that it creates trouble for those in government. Indeed, just now I found myself tweeting ‘The question Twitter raises is if public decision making can cope with its hyperreflexivity, its capacity to contextualize.’ Look at the Euro crisis and the way Twitter brings expert arguments to the scene. Nouriel Roubini, Martin Wolfe, Willem Buiter, and many others: their expert opinions are not only directly shared by key publics, they also respond and rebut, clarify and contextualize. Look at the reflections on the agreement of Durban: within 24 hours all sorts of analytical insights are shared and elaborated. New infographics show succinctly how big issues interrelate breaking down the barriers of elitist peer-review journal based knowledge accumulation that scandalously assume writers to keep their writings away for years, awaiting publication. While in the 140 character world of Twitter there is always still space for a ‘bitly’ reference helping those who want to read on and learn more.

It is at this intersection that the drama for politics unfolds. Using the traditional means, politics relies on a stage set of joint decision making in a classic décor of prestigious meeting rooms. Television diligently portrays the powerful as such. Yet it coincides with the world of crowd sourcing that is immediately at work to look behind the texts, think of omissions, and contextualize a political compromise.

While in former days general policy orientations would be worked out and detailed after a summit by behind-closed-doors policy experts, the political statements are now unpacked, scrutinized, weighted and judged by a public jury with sheer unlimited reflexive capacity.

This is not about dumbing down. But it surely calls for reflection on the very art of politics. How to be persuasive in this age of hyperreflexivity? Even within the luxury space of some 900 words I cannot provide but just some hints. Governance in the age of Twitter would be well served with a style of governance that seeks to mobilize the intelligence of the many publics interested in solving public problems. But this requires a mentality that aims for surprises, not one that seeks for control. It may focus on four principles. First, sketch a future oriented story rich and realistic, one that creates a perspective and that inspires others to help fulfil its promise. Second, and this is crucial, impose the rules and regulations that belong to that perspective. Even in this age most people look to government for rules that prevent free riders from turning their back on politics. Regulations may be tough but they create the rules-of-the-game without which there is only chaos. Make them dynamic: the goal should be clear but you know that you may have to readjust as the world out there is more complex and creative than you can know in advance. Third, invite people to contribute, both in actions and with their reflections. This is not the age in which one big idea is going to change the world, it is the capacity for many small initiatives to connect and produce results. I call it the energetic society. Where the rules of the game are clear (e.g. a good price on carbon emissions) many innovative ideas will emerge. Fourthly, invest massively in good monitoring and feedback using the policy analytical tools to come up with benchmarks. There is nothing as inspiring as the successes of others.

Surely, Twitter is just a technology and many of its uses are trivial. Yet it is also a symbol for a new social context that requires us to rethink how governments can use the reflexive capacity that we now suddenly have. This enhanced capacity for learning can also be a major tool for governance. We are all curators now.

 

 

 

Picnic Stories: Fix It!

December 11, 2011 in New video or audio registrations

Fix it! The Energetic Society as a New Perspective on Governance for a Clean Economy.

Maarten Hajer on Fix it! The Energetic Society as a New Perspective on Governance for a Clean Economy / PICNIC Festival 2011 from PICNIC on Vimeo.

The ambitious goal of a clean economy and a high-quality society can be achieved. 

It is “the existing powers of creativity and innovation within society that offer opportunities for green growth,” says Maarten Hajer in The Energetic Society, the PBL Netherlands Environmental Assessment Agency Trends Report. Yet in order to exploit the potential of this energetic society, Hajer says, governments need to adjust and act in a timely way, otherwise they will be exposed to the powers of the energetic society that may effectively obstruct government initiatives. We need a new partnership and a new division of responsibilities.

Innovation means planning for action and initiative, accepting the fact that mistakes will be made, and making certain that improvements are identified and implemented rapidly. Such innovation calls for a different type of government based on the notion of “radical incrementalism.” Putting the sustainable achievements of institutions and businesses in digital, shareable form is important for providing valuable examples and feedback.

The challenge is to do more with less – something for which there is no instant solution. New ideas will constantly be required and may be stimulated by a government that commits itself to clear objectives and engages in new forms of social engagement.

 

Een kwestie van voorrang

October 24, 2011 in Reflections & views

Het stenen tijdperk kwam niet ten einde omdat de stenen op waren. En zo zal het fossiele tijdperk niet aflopen omdat we straks door de kolen en bomen heen zijn. We zijn er te slim voor geworden, de effecten of gezondheid en ecologie zijn te groot. Dat is wat de koplopers in de samenleving nu al zien. Hun business zit in duurzame productie.

Veertig jaar geleden begon het mondiale milieubeleid met de conferentie in Stockholm. In 1972 was het motto ‘Only One Earth’. We moesten de wereldproblemen samen in VN-verband oplossen. Het UN Environmental Programme (UNEP) werd opgericht. Dat discours heeft veel van zijn vitaliteit verloren. We hebben een alternatief nodig voor het denken in termen van ‘grenzen aan de groei’; voor presentaties van wat allemaal fout gaat; voor de oplopende grafiekjes van emissies of scherp dalende trends in biodiversiteit. Niet omdat die grafiekjes een verkeerde voorstelling van zaken geven maar wel omdat ze geen richting geven aan de verandering.

De komende veertig jaar moeten we de droom realiseren van een wereld die welvaart rechtvaardig verdeelt; een wereld die kan leven van de energie die de natuur ons dagelijks geeft. Ophouden met het opdiepen en verbranden van fossielen, wisselen naar die bijzondere kracht van zon, water, wind en biogas.

Maatschappelijke verandering gaat zelden via een Groot Besluit. Het is vaak eerder dat steeds minder mensen geloven in de oude oplossingen en de nieuwe oplossingen zich aandienen. Zo zal het ook nu gaan. Maar je kan het wel vertragen of versnellen. Mijn stelling: spreek een radicaal systeem van voorrang af. Dat werkt als volgt.

De groene economie als nieuwe fase van duurzame ontwikkeling en het bestrijden van armoede zijn de twee centrale thema’s in Rio. Geef voorrang aan al die initiatieven die nu, in 2012, 2013 direct op het einddoel voor 2050 leveren. Reële armoedebestrijding, hernieuwbare energie of zelfs koppelingen tussen beide. Zo haal je de toekomst naar voren en mobiliseer je de energie van de samenleving voor je einddoel, dat van een groene, rechtvaardige samenleving. Je laat zien dat het kan.

Het is tijd om de vindingrijkheid die de iPhone, de apps, of zelfs maar de pitloze druif voortbracht, in te zetten om zonnekracht, die permanente bron van kernfusie, te mobiliseren voor maatschappelijke doelen. Dit motiveert en dat kwartje valt bij steeds meer mensen. Soms door een inspirerende sprekers of een schrijver met een goeie frasering, soms via een mooi filmpje. Kijk eens naar de presentatie van Wakawaka.  Toegegeven, het is wel heel gelikt maar een lamp op zonne-energie, goedkoop en een directe levensverbetering voor velen in de wereld en ontstaan uit een initiatief van bedrijven en mogelijk gemaakt door burgers: is dat niet de spirit die we van Rio+20 willen?

Er blijft genoeg over voor de overheid. We zullen moeten praten over nieuwe instituties voor global governance – het tweede hoofdonderwerp op de agenda in Rio. De herijking van de sectorale aanpak van mondiale vragen. De VN zal zelf minder sectoraal moeten opereren  en problemen meer in samenhang moeten durven bekijken. We moeten ook de regels van de WTO op een consequent streven naar verduurzaming aanpassen.

We hebben andere waarderingssystemen nodig in het verlengde van het ‘Beyond GDP’ pleidooi van Stiglitz en Sen; en we zullen NGOs en het bedrijfsleven een duidelijke rol moeten geven. NGOs als erkende waakhond en bron van nieuwe ideeën, bedrijfsleven welkom als bondgenoot waar het bereid is om zijn bedrijfsmodel te richten naar die realistische utopie van een rechtvaardige en duurzame samenleving voor 2050.

Nieuwe voorrangsregels als wissel naar een duurzame samenleving. Let’s fix it.

(geschreven voor Nationaal Platform Rio+20 en gepubliceerd op http://www.nprio2012.nl/blog)

Strong Stories

October 3, 2011 in Books

“Strong Stories. How the Dutch are reinventing spatial planning (010 Publishers, 2010)

 

Spatial planning in the Netherlands involves a diverse range of partnerships between government bodies, centres of knowledge, the public, and organizations in the private sector. Experiments with interactive, development-oriented planning have been going on for some years, especially at the regional level. The book Strong Stories presents the results. Which coalitions, practices, and forms of collaboration have been successful, and which ones have not? When consultants play a major role, do public authorities outsource a growing number of planning projects, or does their gaze tend to turn inward? Can networks and regional actors supply all the information and expertise that is needed? And what can be done to make sure that the results of public participation are put to good use?

http://www.010.nl/catalogue/book.php?id=734

 

Authoritative Governance

October 2, 2011 in Books

Now in paperback: Authoritative Governance: Policy Making in the Age of Mediatization (Oxford University Press, hb 2009, pb 2011)

Authorative GovernanceThe role of the media has become a central part of politics and policy in the twenty-first century. That dominance has led many to suggest a trend of ‘dumbing down’: the privileging of style over content. In this provocative new book, Maarten Hajer takes issue with the ‘dumbing down’ thesis both on theoretical and empirical grounds.
He aims to show how authoritative governance remains possible in crisis-driven circumstances and a highly ‘mediatised’ world. The book elaborates a communicative understanding of authority, which, the author argues, can create a new basis for authoritative governance in a world marked by political and institutional fragmentation.
The argument of the book is that in the age of mediatisation governance needs to be ‘performed’. Hajer describes a genuinely new authoritative governance that breaks with existing interpretations. He demonstrates new ways in which the traditional government of standing institutions and notions of network governance can be combined in actively creating relations with a variety of publics.

http://ukcatalogue.oup.com/product/9780199281671.do?keyword=hajer&sortby=bestMatches