Smart Move

September 23, 2013 in Reflections & views, Visioning

 

Ik ging naar Amsterdam om de toekomst te zien. Een grote internationale conferentie over smart cities in de RAI; wellicht de meest efficiënte manier om er achter te komen wat we hier van kunnen verwachten. Wie zich in smart cities taal uitdrukt heeft het oor van de bestuurder. Technologische oplossingen, grote lokale politieke ambities (‘Copenhagen Carbon Neutral in 2025’), en het bedrijfsleven dat zich presenteert als grote compagnon van wethouders die de wereld willen helpen redden.

Deze discussies kunnen van een ongelooflijke eendimensionaliteit zijn. Je hoort mensen bekende dingen zeggen, met steeds het adjectief ‘smart’ of  ‘slim’ erbij. Onder leiding van een Amerikaan met ruitpet (vermoeiend) werden allerlei varianten van deze stupefying smart city gepresenteerd. Bijna zag ik mijn vooroordeel bevestigd. Teveel betaald voor een gehaas in elkaar gehesen programma. En toen, terwijl ik bijna wegdoezelde op de te rijke lunch, kreeg ik alsnog allerlei behartigenswaardige inzichten voorgeschoteld.

Een ambtenaar uit Gent die in Vlaams Engels verklaarde dat Gent geen smart city maar een ‘wijze stad’ wilde worden, die billijk was, en genereus. Een vrouw van consultancy-gigant Accenture die benadrukte dat het succes van smart cities feitelijk vooral draait om goed bestuur en niet om technologische gadgets. Paul Bevan van Eurocities die aannemelijk maakte dat het draait om de relatie tussen bestuur en burgers en liet zien welke kansen er schuilen in een open datapolitiek. Maar toch vooral Vicente Guallart, de nieuwe stadsarchitect van Barcelona, die me de overtuiging gaf dat deze door Queen al eenmalig vereeuwigde stad (‘Barcelona!’) ons wederom vooruit is in het denken over de strategieën voor een vitale stad.

Centraal in het verhaal van Guallart stond de relatie tussen onderwijs, stad en burger. Barcelona start een netwerk van techlabs voor kinderen om deze tijdig geïnteresseerd te krijgen in techniek. De stad ziet niet het bezit maar het delen van producten, inzichten en diensten als de planologische uitdaging van dit moment. En hij liet zien hoe belangrijk het is dat steden zelf aangeven welke nieuwe ‘standaard’ ze als maatgevend zien voor de betrokkenheid van bedrijven.

Ik kreeg er weer zin in. Laten we inderdaad eens nadenken over hoe we de kansen van nieuwe technologie kunnen inzetten voor de toekomst van onze Europese stad. Europese steden zijn voor tachtig procent al gebouwd. Barcelona en Amsterdam zijn geen Songdo, de Koreaanse stad die recentelijk in een keer werd neergezet en van alle mogelijke ‘smart technologies’ werd voorzien. In Songdo weet het stadsbestuur (en de industrie) akelig veel van haar burgers. Te veel.

De middag gaf mij de overtuiging dat smart cities een belangrijk onderzoeksonderwerp zijn voor PBL. Guallart had er een mooie kreet voor. Internet heeft alles veranderd. We weten alleen nog niet hoe het de stad zal gaan veranderen. Ik voelde me betrapt hoe conventioneel ik over de stad was gaan denken. Het was een heerlijke middag.