Publication ‘Smart about Cities’

September 1, 2014 in Books

foto01_119ddc9b6c1b46b38ae2c6ff08663c87

The discourse on ‘Smart Cities’ is everywhere. It promises an era of innovative urban planning, driven by smart urban technologies that will make cities safer, cleaner and, above all, more efficient. Efficiency seems uncontroversial but does it make for great cities? In this book, Maarten Hajer, Director-general of PBL Netherlands Environmental Assessment Agency and Ton Dassen, urban sustainability researcher at PBL, plea for a ‘smart urbanism’ instead of uncritically adopting ‘smart cities’. _

_Such smart urbanism needs to find solutions for what modern 20th century urbanism has forgotten to take into account: the ‘metabolism’ of cities – the variety of flows that connect city life to nature. What are we taking in, what are we discharging, and how efficiently are we doing that? Illustrated by 50 infographics, this book highlights both the challenges and opportunities for change. It calls for a ‘globally networked urbanism’ that allows cities worldwide to learn faster and jointly identify effective strategies. A viable 21st century planning, rather than including top-down innovation, opts to embed technology in social innovations. [nai010.com]

Europe needs ‘smart urbanism’, not ‘smart cities’

August 31, 2014 in Visioning

Everywhere we hear the discourse of ‘smart cities’. It promises an era of innovative urban planning, driven by smart urban technologies that will makes cities safer, cleaner and, above all, more efficient. Efficiency seems uncontroversial, but does it make for great cities? I would argue for a ‘smart urbanism’ instead of uncritically adopting ‘smart cities’ [... read more]

Een betere wereld, daar willen we aan werken

August 31, 2014 in Dutch reflections, Nieuws, Reflections & views

De taak van de planologie is het schetsen van mogelijke werelden. Zo formuleerde de planoloog Hans van der Cammen eens de opdracht van de planologie. Dat is een mooie one-liner die tot uitdrukking brengt dat de toekomst nooit eenduidig moet worden voorgesteld. We hebben wat te kiezen. Altijd. Dat geldt ook voor de duurzame toekomst van Nederland [lees verder]

Choose or loose?

October 18, 2013 in Dutch reflections, Reflections & views, Visioning

Salzburg_disneyfication

It was in the mid 1990s. On our way to a family holiday in the Alps we made a stopover in Salzburg. Salzburg, the city of Mozart, of the fortress and, of course, of The Sound of Music. Parking signs guided us to a parking house, which happened to be built in a massive rock, right near the city centre. We entered with the car on one side and left as pedestrians on the other side. At once the whole environment had changed. It was like a jump in time. The old Burgerstadt of Salzburg was stripped of all modern artifacts. In its place caleches, young men with wigs and in livery, violin music. In actual fact the city was readied for touristic consumption to the full. And the flocks of visitors clearly liked it. It made me exclaim: Salzburg is Europe’s answer to Disneyland.

Where is Amsterdam in all of this? Nothing as radical as the Salzburg remodeling could take place in the canal zone, fortunately. Even if the authorities would wish so. The canal zone comprises many layers. It has the touristy side to it, the local neighbourhoods, it functions as beloved area for small scale businesses in the service sector. That layering is also its quality. No single sphere is dominant. That is why the canal zone, with its many different spheres, locations and places, really feels like a public domain: an area which people from many different social backgrounds rejoice to be part of. Of course it has a hang towards the elites, old and new. But the vibrant debates that accompany the developments within its vicinity buffer against iconoclasms.

But somehow I also feel unease. Is it not time to choose? Time to disentangle some of the many flows in the canal zone? Why do we tolerate so much car traffic in this UNESCO heritage site? Who benefits? What quality of living could we generate by freeing the canal zone from motorized traffic, with its inherent unrest, bizar spatial footprint and negative health effects?

I know, Amsterdam is not a city of big decisions. So why not smuggle the quality of the city back into it? Start with car free canals in certain zones of the centre during the weekend. See what happens. Allow for pop up shops at parking lots during the day. Celebrate the freedom. Everybody will rejoice, citizens and tourists alike. Accident rates will go down, sales will go up. Conviviality will dominate. Let’s celebrate Amsterdam as the true European answer to Disneyland.

Smart Move

September 23, 2013 in Reflections & views, Visioning

 

Ik ging naar Amsterdam om de toekomst te zien. Een grote internationale conferentie over smart cities in de RAI; wellicht de meest efficiënte manier om er achter te komen wat we hier van kunnen verwachten. Wie zich in smart cities taal uitdrukt heeft het oor van de bestuurder. Technologische oplossingen, grote lokale politieke ambities (‘Copenhagen Carbon Neutral in 2025′), en het bedrijfsleven dat zich presenteert als grote compagnon van wethouders die de wereld willen helpen redden.

Deze discussies kunnen van een ongelooflijke eendimensionaliteit zijn. Je hoort mensen bekende dingen zeggen, met steeds het adjectief ‘smart’ of  ’slim’ erbij. Onder leiding van een Amerikaan met ruitpet (vermoeiend) werden allerlei varianten van deze stupefying smart city gepresenteerd. Bijna zag ik mijn vooroordeel bevestigd. Teveel betaald voor een gehaas in elkaar gehesen programma. En toen, terwijl ik bijna wegdoezelde op de te rijke lunch, kreeg ik alsnog allerlei behartigenswaardige inzichten voorgeschoteld.

Een ambtenaar uit Gent die in Vlaams Engels verklaarde dat Gent geen smart city maar een ‘wijze stad’ wilde worden, die billijk was, en genereus. Een vrouw van consultancy-gigant Accenture die benadrukte dat het succes van smart cities feitelijk vooral draait om goed bestuur en niet om technologische gadgets. Paul Bevan van Eurocities die aannemelijk maakte dat het draait om de relatie tussen bestuur en burgers en liet zien welke kansen er schuilen in een open datapolitiek. Maar toch vooral Vicente Guallart, de nieuwe stadsarchitect van Barcelona, die me de overtuiging gaf dat deze door Queen al eenmalig vereeuwigde stad (‘Barcelona!’) ons wederom vooruit is in het denken over de strategieën voor een vitale stad.

Centraal in het verhaal van Guallart stond de relatie tussen onderwijs, stad en burger. Barcelona start een netwerk van techlabs voor kinderen om deze tijdig geïnteresseerd te krijgen in techniek. De stad ziet niet het bezit maar het delen van producten, inzichten en diensten als de planologische uitdaging van dit moment. En hij liet zien hoe belangrijk het is dat steden zelf aangeven welke nieuwe ‘standaard’ ze als maatgevend zien voor de betrokkenheid van bedrijven.

Ik kreeg er weer zin in. Laten we inderdaad eens nadenken over hoe we de kansen van nieuwe technologie kunnen inzetten voor de toekomst van onze Europese stad. Europese steden zijn voor tachtig procent al gebouwd. Barcelona en Amsterdam zijn geen Songdo, de Koreaanse stad die recentelijk in een keer werd neergezet en van alle mogelijke ‘smart technologies’ werd voorzien. In Songdo weet het stadsbestuur (en de industrie) akelig veel van haar burgers. Te veel.

De middag gaf mij de overtuiging dat smart cities een belangrijk onderzoeksonderwerp zijn voor PBL. Guallart had er een mooie kreet voor. Internet heeft alles veranderd. We weten alleen nog niet hoe het de stad zal gaan veranderen. Ik voelde me betrapt hoe conventioneel ik over de stad was gaan denken. Het was een heerlijke middag.

 

Typisch Nederlands

April 12, 2013 in Dutch reflections, Reflections & views

Ons land heeft een duidelijke handtekening. Dat zie je al een paar kilometer na het passeren van de landsgrens. ‘Dit is Nederland’. Daar is geen officieel bord voor nodig. Van het kleinste detail tot de grote lijnen is onze leefomgeving cultureel bepaald. De helderheid van de blauwe ANWB-borden boven de snelweg; de geometrische populierenaanplant langs de snelweg, waar je – opzij kijkend – op ten minste drie verschillende manieren  doorheen kunt zien; de indeling van de akkers of de vaak harde overgang tussen stad en land: ons landschap en de morfologie van onze dorpen en steden zijn typisch Nederlands [...]

[Lees verder]

Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Joop van Houdt.

Shifting Gear – The Politics of Sustainable Mobility

October 12, 2012 in Reflections & views, Research, Visioning

 

Mobility is the elixir of modern society. Man has been a travelling species for longer, of course. The quest not only for food, power and wealth, but also for ideas has inspired people to travel for ages. But during the modern era, we have perfected the mobility system. We now have a global economy that is not only functionally highly integrated, but celebrates this interconnectivity as well. This cultural celebration of the sheer endless opportunities is symbolized by the intercontinental holidays of middle class families. Sending images and story lines from faraway places and bringing insights and paraphernalia have become an indicator of social success. Less discussed but increasingly significant: Modern society thrives on the fuels, food and other resources (from rare earth to phosphates) that we extract or grow at faraway places and ship between different continents.

This era of ‘hypermobility’ has long been known to be unsustainable.The metabolistic dimension, the flows of resources and environmental effects, from oil drilling to CO2 to spillage of phosphates into the seas, are the flip side of our progress and are something we now urgently have got to come to grips with. The knowledge of ‘limits’ dates back to the 1960s but is now finally giving way to knowledge that focuses on potentials, on transformations and on transition. Interesting is what this shift in emphasis could also mean for the debate on (car) mobility. After all, it was in the 1960 that the initial idea of allowing as many people into the world of car mobility (a car for everyone) started to arouse feelings of discomfort, something Phillip Larkin describes so well in his bleak 1972 poem ‘Going, Going’ (Larkin, 1972).The new post-war generations grew to matu- rity holding ‘post-material’ values (Abramson & Inglehart, 1995) and eloquently stated to raise question about the price of progress and growth.

While the occasional faraway holiday is a symbolic marker of success, it is the everyday reality of ‘auto mobility’, which has become the comfortable basis of Western day-to-day life.1 This article focuses on this cornerstone of the system: the car. Cars are no longer a luxury belonging to the middle classes but are within reach of nearly everybody. What is more, the car can no longer be regarded as an individual technological artefact but has evolved into a ‘large technological system’ (Summerton, 1994) that has been perfected to include multilane motorways with giant petrol stations, parking houses in the inner cities, out of town shopping malls and also much of our urban fabric and form, from the cul-de-sac to the very idea of a suburban life styles as a blend between city and country living. This large technological system also comprises a powerful ‘car industrial complex’, that is crucial component of the economy, for instance, in terms of jobs, knowhow and innovation.

Car-based mobility is our default option, well embedded into our routines. It is our ‘normalcy’. It is a cultural cornerstone that we cannot simply remove. Organizing mobility on a sustainable footing is a tremendous challenge. But it is one that, somehow, needs to be met. The ‘small’ agenda is one of direct environmental impacts, of health-related effects, of noise, particles and spatial impacts. There we at least know where to find solutions. The ‘big’ agenda is that of climate change and natural resources. Here many options to drastically reduce greenhouse gas emissions from transport have been identified. But strategic decision makers stare the scientific facts and predictions in the face like a rabbit looks at the headlights of a car approaching.There is a scientific consensus that achieving the 2°C target is technically feasible, for rich countries this would require a stunning effort to reduce emissions with a factor 5 (Rogner et al., 2007). Unfortunately, little progress towards the ultimate goal has been made over the last 15 years. In fact, current policy scenarios predict that the share of transport (which of course is more than merely cars) in greenhouse gas emissions may rise from the current 25 to 50% in the year 2050 (European Commission, 2011a). Hence we simply have to rethink the mobility strategies in a fundamental sense.

Hence the question is not if this legitimizes government intervention but what sort of intervention can be envisaged in the first place that may be promising to bring this transition about. Here serious ‘out-of-the-box’ thinking is required, or, in this context perhaps appropriate, ‘gearbox’ thinking, as we need to urgently shift gears.

Read the full article

Robert Moses is een Chinees

September 18, 2012 in Dutch reflections

 

Robert Moses is een Chinees

Het verhaal van Robert Moses is al vaak verteld. De heerlijk meeslepende saga van diens opkomst en ondergang als ‘masterplanner’ van New York maakt terecht deel uit van de geschiedenis van de stedenbouw. Maar het is ook een beetje een makkelijk verhaal. Zijn zware, technocratische modernisme is bijna een cliché van zichzelf. Iedereen begrijpt inmiddels wel dat Jane Jacobs, met haar nadruk op de menselijke maat en aandacht voor de waarde van stedelijke interactie, het pleit heeft gewonnen.

De tragiek van de 21ste eeuwse stedenbouw is echter dat we de fouten van Moses herhalen. En niet in het klein maar in het Groot. Niet hier in Nederland maar wel in Azië en Afrika. In de 21ste eeuw is Robert Moses een Chinees. In Chinese steden worden stratenpatronen doorbroken, worden radialen verbreed op een manier die Moses eigen breekwerk in de Bronx (‘I will cut my way with a meat axe’) in de schaduw stelt. Ringweg na ringweg wordt aangelegd om de onstuitbare groei van het autoverkeer in goede banen te leiden. De Chinese steden die twintig jaar geleden nog voor 80% draaiden op langzaam verkeer, zijn inmiddels volkomen ongeschikt geworden voor de fiets.

Nederland beleeft ondertussen een revival van de fiets. S&RO wijdde er een heel nummer aan. De fiets, een technologisch artefact dat aan het einde van zijn evolutie leek te zijn beland, verandert met de week van vorm en karakter. Nieuwe buizen, bakken, en banden maken de fiets nu tot een ‘identity marker’ van de eerste orde. Zelfs de kroonprins en zijn Maxima (wat een heldin daar zwemmend in de Amsterdamse gracht!) lieten zich fotograferen op een goeie kindergevulde bakfiets. Fietsen is hip. Oudevandagen spuiten bij de stoplichten met onwaarschijnlijke acceleratie op hun elektrische fietsen voor de jongeren uit. Nu die markt van 60-plussers verzadigd raakt zal ook deze elektrische fiets zeker de regionen van de jongeren gaan penetreren. De eerste vader/dertiger met kind op een elektrische fiets is mij al voorbij gestoken. Wen er maar aan, er zullen er meer volgen.

In New York, Seatle, Toronto en Vancouver beleeft de fiets een gestage opmars. In Parijs, Berlijn en Londen zijn de huurfietsen aangeslagen en zien we de ‘business suits’ voortspuiten op grijze fietsen met flikkerlampjes. Sparta probeert via advertenties de jonge advocaten uit de grachtengordel van de scooter op de ‘e-bikes’ te krijgen.

Wat zegt dit nu allemaal over ons leervermogen? Hadden we de Chinezen niet kunnen behouden voor deze keuze voor een ‘simpele modernisering’? Vind leren dat toch alleen na crises plaats? De eerste uitnodigingen voor overleg zijn inmiddels binnen: Chinese delegaties willen worden bijgepraat over onze keuzen in de stedenbouw ‘na de Bijlmer’. We kunnen ze een hele bibliotheek aan boeken cadeau doen. Maar aan de andere kant zien je de lange lijnen: Luud Schimmelpenninck’s witte fietsenplan uit de jaren zestig vindt met een paar decennia vertraging toch doorgang. In de commerciële varianten van Londen, Parijs en Berlijn is de fiets een ‘dienst’ en is ‘bezit’ geen last meer. Nog even en de Brompton zal worden bijgeschreven als ‘typisch’ laat-20ste eeuwse technologie (‘in die tijd gingen mensen slepen met hun eigen fiets, die ze, heel grappig, konden opvouwen’). In Nederland lijkt de OV-fiets eindelijk door te zetten. Op de achtergrond is de grondtoon van de ICT revolutie hoorbaar. Door de digitalisering werd het vraagstuk van afhandelingssnelheid, traceerbaarheid en afrekenen oplosbaar.

En aan het einde van de dag zie je zo ook weer veel hoop gloren voor de Europese stad. Want bij ons is de fiets nog inpasbaar en is de sloop van de binnensteden ten behoeve van de auto op tijd door sociale protesten tot staan gebracht. De ‘Stadt der kurze Wegen’ is binnen bereik. Met wat lichte aanpassingen van de infrastructuur kan het comfort voor het garnizoen van fietsers nog een stuk worden verbeterd. Een fietsend Peking, het beeld van 1990, wordt de bereikbare utopie voor de Europese stad. Beleid volgt waardenverandering. Een mooiere revanche op Robert Moses is niet denkbaar.

Rio+20 as World Exhibition

June 4, 2012 in Geen categorie

Yes, I will be going to Rio. I am going to Rio to see the future. Because Rio+20 is more than a regular conference – it is a World Exhibition. Rio+20 is thematically synonymous with the future, but the meeting of world leaders takes place within the structures of the past. This means that making powerful decisions is virtually impossible.

I propose that we shed this image of Rio being an international summit doomed to fail.

Let’s regard Rio as a world exhibition instead. Here, around 200 countries and 120 world leaders will hold meetings – but also around 50,000 people will assemble. These people represent a myriad of organisations, companies and associations. And it is these people, during the many side events, who will offer insight into the world of tomorrow – the possible worlds of tomorrow.

A Dutch poet once said: ‘Look around you and you will see that everything is coloured’ (K. Schippers). So, what is the colour of our future? Science is clear: we must leave the grey world of fossil fuels. We are wasting between 30% and 40% of our food. Cities are being built on top of agricultural fields. We are pumping up more water than sustainable supplies allow. We are growing crops to fill up our cars, while a billion people have empty stomachs.

It is easy to predict that the world of 2040 will be marked by struggle and conflict over natural resources to a far larger degree than it is today. By 2040, all people will feel the consequences; most notably the world’s poorest.

It may sound incredible to you, but in our PBL study ‘The Roads from Rio’ we present pathways to an attractive future. Absolute poverty and hunger can be eliminated, even for a world population of nine billion. If we are prepared to go the distance, we can achieve the two-degree climate target as well as halt biodiversity loss. However, for the implementation of an active sustainability strategy it seems as if we are acting with the politeness of two Brits who, while standing at the emergency exit in a burning building, keep saying ‘No, please Sir, after you…’

We have the technical ability, but will need to make considerable adjustments to our current institutional operating methods.

Ladies and gentlemen, nature is a system of resources that we have been taking for granted for too long. Managing these natural resources and the environment is rapidly becoming a matter of enlightened self-interest.

Perhaps the concepts of sustainability and green are suffering from the misapprehension that they are ‘left-wing’. More than ever this is a misconception. If it is the word ‘green’ that is keeping us from making the transition, then I would suggest that we start calling this future blue: a blue future in which a successful society is using nature rather than abusing it, and with an economy that adds value. Rio is the world exposition of such a blue future.

Those who focus on the political negotiations perhaps will end up seeing a failed summit. I will not. I believe that a sustainable future is more likely to be achieved through competition than through political coordination. Close observers will see, here and in Rio, the possible new worlds. These observers will consist of enterprising societal organisations and companies of all sizes, willing to take their responsibilities.

It is time to create new coalitions of the willing, collaborations of companies and citizens as well as government organisations that are willing to stick out their necks, even in times of recession, and across borders, from North to South. This will be observed – in South Korea, in Mexico, and here in Rotterdam.

In this context there is also a role for government. It must offer clarity to ensure that this societal shift will actually take place. Only then the entrepreneurial energy within citizens and companies will be released. Financiers will dare to invest. Offer them security. Create new green accounting rules. Abolish subsidies that hamper innovation and that keep us locked in the 20th century. Exploitation of the innovative strength within society is the main key to achieving a sustainable future.

Naturally, we all hope for a sudden agreement, a ‘gestalt switch’ in the political psyche. But even then… real action will take place only if there is firm public support. In Rio as well as in Rio on the Meuse, we can see to it that this will not remain a utopia but becomes a reality.

Maarten Hajer

 

As spoken at ‘Rio aan de Maas’ festival, preparing for Rio+20, Rotterdam, 30 May 2012

Rio+20 is een wereldtentoonstelling

June 2, 2012 in Dutch reflections

 

Ja, ik ga naar Rio. Ik ga naar Rio om de toekomst te zien. Want Rio+20 is geen conferentie. Het is een wereldtentoonstelling. Wie Rio+20 zegt, denkt toekomst. Alleen speelt de vergadering van wereldleiders zich af in de structuren van het verleden. Dit maakt het bijna onmogelijk om tot daadkrachtige besluiten te komen.

 Ik wil u een voorstel doen. Laten wij dat beeld afschudden van Rio als een tot mislukken gedoemde internationale topconferentie. Zie Rio als een wereldtentoonstelling. In Rio zullen zo’n 200 landen en wel 120 wereldleiders vergaderen – maar er komen naar verwachting ook  zo’n 50.000 mensen bijeen. Zij vertegenwoordigen tal van organisaties, bedrijven en verenigingen. En zij zullen in alle ‘side events’ inzicht bieden in de wereld van morgen. De mogelijke werelden van morgen.

‘Wie om zich heen kijkt, ziet dat alles gekleurd is’, dichtte K. Schippers al eens. Welke kleur heeft onze toekomst? De wetenschap is helder: we moeten weg uit de grijze wereld van fossiele brandstoffen. We verspillen wereldwijd tussen de 30 en 40 procent van ons voedsel. We leggen steden aan op onze akkers. We pompen meer water op dan er duurzaam voorradig is. We kweken gewassen voor een volle tank maar tegelijkertijd zit een miljard mensen met een lege buik.

Het is een makkelijke voorspelling dat de wereld van 2040 veel meer dan nu getekend zal zijn door strijd en conflict over natuurlijke hulpbronnen. Iedereen die in 2040 nog leeft zal de consequenties gaan voelen, maar zeker ook de armste mensen op deze aarde.

Misschien klinkt het u bijna ongelooflijk in de oren: maar in onze PBL-studie ‘The Roads from Rio’ laten wij routes naar een aantrekkelijke toekomst zien. We kunnen de absolute armoede en honger oplossen, zelfs met het vooruitzicht van 9 miljard mensen. We kunnen, als we alles op alles zetten, binnen het 2 graden doel blijven en het verlies aan biodiversiteit beperken. Maar met het inzetten van de actieve duurzaamheidsstrategie lijkt het net als met die twee Britten bij de nooddeur van een brandend theater maar blijven zeggen ‘No, please, after you’.

Technisch kunnen we het, maar we zullen de huidige institutionele werkwijze flink moeten aanpassen. Dames en heren, natuur is een stelsel van hulpbronnen dat we te lang voor vanzelfsprekend hebben aangenomen. Nu wordt verstandig omgaan met natuurlijke hulpbronnen en het milieu snel een kwestie van wat de socioloog Bram De Swaan ooit zo mooi ‘welbegrepen eigenbelang’ noemde.

Misschien is het dat duurzaamheid en ‘groen’ lijden onder het misverstand dat het ‘links’ is. Dat is meer dan ooit een misvatting. Als ‘groen’ deze transitie in de weg staat, dan noemen wij wat mij betreft die toekomst voortaan blauw: een blauwe toekomst van een succesvolle samenleving die de natuur gebruikt maar niet misbruikt en met een economie die waarde toevoegt. Dan is Rio de wereldtentoonstelling van deze blauwe toekomst.

Wie zich fixeert op de politieke onderhandeling ziet straks wellicht een mislukte top. Ik niet. Ik denk dat we de duurzame toekomst eerder bereiken via competitie dan via politieke coördinatie. Wie goed om zich heen kijkt, hier en straks ook in Rio, ziet die nieuwe mogelijke werelden. Dan gaat het om ondernemende maatschappelijke organisaties en bedrijven, van kleine tot groot, die zelf hun verantwoordelijkheid nemen.

Nu moeten we de nieuwe ‘coalitions of the willing’ gaan smeden, waarin bedrijven, burgers en overheden samenwerken die wél hun nek durven uit te steken, zelfs in tijden van recessie. En ook over de grenzen van Noord en Zuid heen. Dat zien we in Zuid Korea, Mexico en Rotterdam.

Maar ook nu is er een duidelijke rol voor de overheid. De overheid komt de rol toe duidelijkheid te bieden dat deze maatschappelijke wissel nu echt omgaat. Dan komt pas echt de energie vrij van alle ondernemerszin in burgers en bedrijven. Dan durven financiers te investeren. Bied ze zekerheid. Creëer nieuwe groene boekhoudregels. Schaf subsidies af die innovatie in de weg staan en ons in de 20ste eeuw houden. Het inzetten van de innovatieve kracht in de samenleving is de belangrijkste sleutel tot het bereiken van een duurzame toekomst.

Uiteraard hopen we allemaal nog op een plotseling akkoord, een Gestaltswitch in de politieke psyche. Maar zelfs dan … het zal pas tot ware actie leiden als er echt draagvlak is. In Rio en in Rio aan de Maas kunnen we ervoor zorgen dat dat geen utopie blijft maar een realiteit wordt.

 

Column uitgesproken op ‘Rio aan de Maas’, 30 mei 2012